Gebakken rijst met spekjes, scampi, lente-ui en koriander

Dit is een wat moeilijker gerecht dat enige wok-ervaring vergt. Maak dat
de wok zeer heet is voor je begint te roerbakken. Als de wok niet warm
genoeg is, zullen niet alleen de spekjes te veel aanzetten, ook de rijst
zal makkelijk aan de wok gaan kleven. Wanneer je het eimengsel in de wok
giet, moet je echt doorwerken. Als het ei eenmaal min of meer onder de
rijst zit, mag het vissausmengsel erover. Deze saus zorgt tegelijk voor de
smeuïgheid van het geheel.

250 gr gerookte spekblokjes
250 gr gekookte scampi
500 gr voorgekookte rijst
arachideolie
1 eetlepel lichte sojasaus
2 eieren
2 eetlepels vissaus
1 theelepel suiker (Demarara)
enkele lente-uitjes
1 eetlepel citroensap
1 ui
2 chili's
2 looktenen
vijfkleurenpeper
een paar takken koriander

Hak de ui en de looktenen fijn.
Snijd de chili's in de lengte door, verwijder de zaadjes en snipper ze
fijn.
Pel de scampi en verwijder het darmkanaal - snijd grote exemplaren
doormidden.
Kluts de eieren en meng ze met de sojasaus.
Meng de vissaus met het citroensap en de suiker.
Snijd de lente-ui in ringetjes en haal de bladeren van de koriander.
Verhit de wok tot deze zeer heet is.
Giet enkele lepels arachideolie in de wok.
Als de olie walmt, worden de ui, de look en de chili's kort
aangebakken.
Voeg dan de spekjes toe en laat ook de scampi kort meewarmen.
Schep er de voorgekookte rijst door en roerbak tot alles warm is.
Zet het vuur lager.
Schuif het rijstmengsel naar de kant, zodat de bodem van de wok
vrijkomt.
Giet het eimengsel in de wok en werk met de wokschep op tot
roerei-consistentie.
Schep nu geleidelijk het rijstmengsel door het ei en begiet met het
vissausmengsel.
Warm, onder voortdurend roerbakken door.
Neem de wok van het vuur, schep de koriander door de rijst en versier met
de lente-ui.
Verdeel het gerecht over warme kommetjes en dien onmiddellijk op.