Mechels zooiketeltje

1 takje selder
1 prei
1 kruidentuiltje (peterselie, tijm en laurier)
1 kippenbouillonblokje
1 botje witte asperges
1 bosje groene asperges
4 filets van Mechelse koekoek
boter
40 gr bloem
2 dl room
1 eetlepel gehakte peterselie
1 eetlepel gehakte kervel
peper, zout, nootmuskaat

Pel de ui.
Maak de selder en de prei schoon.
Breng de groenten, samen met 2 liter water, het kruidentuiltje en het
blokje
kippenbouillon aan de kook en laat ± 20 minuten koken.
Zeef de bouillon.
Schil de asperges en snijd ze telkens in 3 stukken.
Houd de punten apart.
Voeg de aspergeschillen en de filets bij de bouillon en laat 20 minuten
koken.
Haal de filets uit het vocht en zeef de bouillon.
Houd 5 dl apart voor de saus en gebruik de rest om het vlees warm te
houden.
Breng gezouten water aan de kook en kook de aspergestukken (zonder de
punten) in ± 5 minuten krokant gaar.
Voeg dan de aspergepunten erbij en laat samen nog 5 minuten koken.
Smelt in een pan een klontje boter, meng dit met de bloem en 5 dl bouillon
en laat inkoken tot de saus licht is gebonden.
Voeg er dan de room aan toe en breng op smaak met peper, zout en
nootmuskaat.
Voeg er de filets en de asperges bij en spatel de peterselie en de kervel
door de saus.
Serveer met gekookte aardappeltjes.