Stoofvlees op Vlaamse wijze

4 grote uien
1 kg runderlappen
75 gr boter
zout, peper
2 eetlepels bruine basterdsuiker
2 eetlepels bloem
2 eetlepels azijn
1 flesje trappistenbier (Westmalle)
1 laurierblaadje
1 kruidnagel
1/2 theelepel gedroogde tijm
2 sneetjes bruinbrood
1 eetlepel mosterd

Pel en snipper de uien.
Snijd de runderlappen in blokjes van 2 x 2 cm.
Verhit de boter in een grote braadpan, bak het vlees op hoog vuur in
± 5 minuten rondom bruin en bestrooi het met zout en peper.
Neem het vlees dan met een schuimspaan uit de pan.
Fruit de uien ± 3 minuten in het achtergebleven bakvet.
Voeg de suiker en de bloem toe en bak die ± 1 minuut zachtjes
mee.
Voeg de azijn, het bier, het laurierblad, de kruidnagel, de tijm en het
vlees toe.
Laat het mengsel aan de kook komen en laat het op heel zacht vuur ±
1 uur zachtjes stoven.
Verwijder intussen de korstjes van het brood en besmeer het brood met
mosterd.
Leg het met de mosterdkant op het vlees en laat het ± 30 minuten
mee sudderen.
Schep het vlees om, zodat het brood het vleesmengsel gaat binden.
Stoof het in ± 11/2 uur verder zachtjes gaar.