Bami
(Javaans gerecht)
1 pak bami
zout
250 gr varkensvlees
50 gr boter of 2 eetlepels olie
100 gr garnalen
gedroogde of verse uien
4 teentjes knoflook
mespuntje trassi
kentjur
een snuifje ve-tsin
2 laurierblaadjes
ketjap
100 gr taugé of 100 gr kool of 200 gr andijvie
1 verse prei
peper of sambal
Zet de bami op in ruim kokend water met zout. De kooktijd hangt af van
welke soort u gebruikt. De bami die haast nooit mislukt, is een heel dunne
soort. Bami is altijd gaar als u erin kunt knijpen zonder een hard stukje
te voelen.
Als de bami gaar is, giet ze dan af en spoel haar na met koud water om te
voorkomen dat de bami-slierten aan elkaar kleven.
Bak intussen het vlees in boter of olie,samen met de garnalen. Als u
gedroogde garnalen gebruikt, week die dan wel van tevoren.
Bak samen met vlees de fijngesneden ui, de knoflook, de trassi, kentjur,
ve-tsin en de laurierblaadjes.
Voeg, als het vlees gaar is, de bami toe en schep haar om, terwijl u de
ketjap in kleine hoeveelheden toevoegt.
Voeg, als de bami bijna klaar is, de taugé of de andere
fijngesneden groente en de fijngesneden prei toe. De groente mag maar heel
even worden verwarmd, want ze moet knapperig blijven.
Maak op smaak af met peper of sambal.