Pastei van kip
Voor de vulling:
500 gr kippenborst
zout, nootmuskaat, peper
boter
1 bouillonblokje
1 flinke ui
2 tomaten
1 blik doperwten
1 blik worteltjes
1 potje kappertjes
fijngehakte peterselie
3 hard gekookte eieren
Voor het deeg:
250 gr bloem
1 theelepel bakpoeder
een mespunt zout
100 gr boter
1 ei
melk
Maak eerst de vulling. Zout de kip en bestrooi het vlees met nootmuskaat
en peper.
Doe boter, een heel klein bodempje water en het bouillonblokje in een pan
en stoom daarin de kip gaar. Laat het vlees absoluut niet braden. Het moet
bleek blijven.
Haal de kip, als die gaar is, uit de pan, laat het vlees afkoelen, ontbeen
het en snijd de kip in stukjes.
Fruit intussen in dezelfde pan de fijngesnipperde ui.
Voeg, als de uien iets doorbakken zijn, de fijngesneden tomaten toe en
laat die meebakken.
Voeg nu de in stukjes gesneden kip toe en laat ze meewarmen.
Haal de pan van de warmtebron en schep de uitgelekte doperwtjes en de
uitgelekte worteltjes er door, samen met de kappertjes en de fijngesneden
peterselie.
De vulling is nu klaar. Alleen moet u nog even de hard gekookte eieren in
plakken snijden en apart in een kommetje leggen.
Meng voor de deeg de bloem met het zout en het bakpoeder.
Roer de boter los samen met het ei.
Voeg daarna het bloemmengsel en een scheutje melk toe.
Kneed het geheel goed, zodat een stevig deeg ontstaat.
Rol een deel van het deeg uit en bekleed hiermee een vuurvaste beboterde
schaal.
Stort nu de vulling op het deeg en Rol nu het restant van het deeg uit en
bedek de bovenkant van de vulling ermee.
Vouw de randen om en bak de pastei in een voorverwarmde oven op
200-240°C tot ze goudgeel ziet.
Over de vulling hoeft u zich geen zorgen te maken; die was immers al
gaar.
Garneer de bovenkant van de pastei met de hard gekookte eieren.