Surinaamse pastei
1 pakje diepvries bladerdeeg
2 gesnipperde uien
2 geperste teentjes knoflook
1 fijngesneden grote tomaat
500 gr kipfilet
1 l-blik doperwten
1/2 blik wortelen
1/2 pot zoetzure augurken
2 theelepels kappertjes
2 hardgekookte eieren
3 fijngehakte takjes peterselie
1 kippenbouillontablet
olie
zout
zwarte peper
Kruid de kipfilet met zout en peper, smoor het vlees gaar en laat het
afkoelen.
Snijd inmiddels de wortelen en augurken in blokjes ter grootte van de
doperwten.
Pluis de kipfilet in kleine stukjes.
Fruit de uien en knoflook in de olie. Doe daarna de tomaat, het
bouillonblokje en de zwarte peper erbij en laat het geheel even
sudderen.
Voeg de kipfilet toe. Bak het geheel onder voortdurend omroeren.
Zet het vuur laag en voeg de doperwten, wortelen, augurken, kappertjes en
peterselie toe.
Laat het geheel warm worden en maak het op smaak af. Laat het geheel
daarna afkoelen.
Neem een bakblik en vet dit helemaal in. Bedek de bodem en de zijkanten
met het bladerdeeg. Laat het bladerdeeg 1 cm boven de rand uitsteken. Doe
de afgekoelde vulling erin.
Snijd de eieren in plakjes en leg deze bovenop de vulling. Dek nu de
vulling ook af met bladerdeeg. Sluit de pastei af door de uitstekende
delen samen te kneden.
Doe de pastei in een voorverwarmde oven (220°C) en bak deze in 40
minuten goudbruin en gaar.
U kunt ook kleine pasteitjes maken. Leg dan de vulling op een plakje
bladerdeeg en vouw dit dubbel. Plak de randen vast met wat water. De
kleine pasteitjes hoeven maar 30 minuten in de oven.