Kip-garnalenspiesen

500 gr kipfilet
6 ananasschijven uit blik
1 uitgeperst teentje knoflook
1 theelepel gemberpoeder
2 eetlepels olijfolie
zout, peper
500 gr gepelde middelgrote garnalen
12 gedroogde abrikozen

Voor de saus:
2 theelepels bloem
1 eetlepel citroensap
1 eetlepel pikante gembersaus
2 zeer fijn gesnipperde bosuitjes

Snijd de kipfilet in blokjes.
Haal de ananasschijfjes uit het blik, maar bewaar het sap.
Laat de schijfjes goed uitlekken en snijd dan de ananas eveneens in
blokjes (niet te klein).
Maak een marinade van 1 dl ananassap, de knoflook, gemberpoeder, olijfolie
en wat zout en peper en leg de stukjes kip, de garnalen en het fruit
hierin.
Laat ± 1/2 uur marineren.
Rijg de stukken kip afgewisseld met de blokjes ananas, de garnalen en de
abrikozen aan zes met olie bestreken spiesen.
Verwarm in een pannetje de overgebleven marinade en voeg hieraan de bloem,
het citroensap en de pikante gembersaus toe. Blijf flink roeren.
Doe de bosuitjes in de saus en laat het geheel even aan de kook komen, tot
de saus ietsje gebonden is.
Rooster de kip-garnalenspiesen boven een gematigd vuur van de barbecue
± 10 minuten, waarbij u de spiesen voortdurend omdraait.
Serveer de saus er apart bij.