Belgische frieten II

Eerst en vooral moet u de goede aardappelsoort gebruiken. Maak nooit
frites met nieuwe aardappelen.
Versnijd de aardappelen op maat (± 1 cm op 5 cm).
Vervolgens is het belangrijk dat de frieten goed worden gespoeld en daarna
(in een handdoek) worden gedroogd.
Bak ze de eerste maal voor op 140°C tot de frieten gaar zijn en er
rond de frietjes een korstje wordt gevormd. U moet ze tussen duim en
wijsvinger kunnen draaien zonder dat ze breken.
Bak ze de tweede maal op 180°C tot ze goudgeel en krokant gebakken
zijn.
Bak niet te veel frieten tegelijk (± 1/3 van uw mandje).
Bestrooi ze met weinig zout.