Mosselen met look en mosterdsaus

4 kg panklare mosselen
300 gr prei in ringen
1 flesje Hoegaarden witbier
30 gr fijngehakte verse peterselie
50 gr boter
50 gr bloem
1 eidooier
1/8 liter slagroom
2 eetlepels groffe mosterd

Was de mosselen grondig en controleer ze. Gooi kapotte schelpen en open
exemplaren die na een tik niet sluiten weg.
Verdeel de prei, het bier en de helft van peterselie over 2 grote
mosselpannen en kook de mosselen (2 kg per pan) afgedekt 6-8 minuten tot
alle schelpen openstaan.
Schud de pannen regelmatig.
Schep de mosselen en de prei met een schuimspaan in 4 grote kommen;
verwijder dicht gebleven schelpen.
Houd de mosselen in de oven warm.
Schenk boven een maatbeker 4 dl van het kookvocht door een zeef; gooi de
rest weg.
Smelt de boter in een pan met dikke bodem, roer de bloem erdoor en bak
zachtjes 2 minuten.
Voeg het afgemeten mosselvocht scheut voor scheut toe en blijf roeren tot
een mooie gladde saus is ontstaan.
Roer de dooier in een kom los met de slagroom, de mosterd en 2-3 eetlepels
van de warme saus.
Roer het dooiermengsel door de saus en warm de saus nog even door, maar
laat niet meer koken.
Breng op smaak met zout en peper en eventueel extra mosterd.
Schep de saus over de mosselen en strooi de rest van de peterselie
erover.
Serveer met Vlaamse friet of stokbrood en een groene salade.