Mosselen uit Antwerpen

(2 personen)

2 sjalotjes
1 teentje knoflook
1/2 zakje verse peterselie
1 zakje verse kervel
2 kg verse mosselen
50 gr boter
2 dl droge witte wijn
1 eetlepel citroensap
(versgemalen) peper

Pel en snipper de sjalotjes en de knoflook.
Knip de peterselie en de kervel in een kopje fijn.
Spoel de mosselen onder koud stromend water af.
Tik geopende schelpen met de bolle kant tegen het aanrecht; sluit de
schelp zich niet, gooi het dan weg.
Verwarm een soepterrine of grote schaal voor.
Smelt de boter in een grote pan en fruit de sjalot en de knoflook ±
1 minuut zachtjes.
Fruit 3/4 deel van de peterselie en kervel ± 1 minuut mee.
Voeg de wijn en het citroensap toe en breng het geheel aan de kook.
Breng op smaak met peper.
Leg de mosselen in de pan en stoof ze afgedekt op halfhoog vuur, onder
regelmatig schudden, in 5-8 minuten gaar.
Schep de mosselen in de soepterrine.
Laat het vocht op hoog vuur ± 3 minuten inkoken en schenk het boven
de mosselen door een zeef.
Strooi de rest van de peterselie en kervel erover.
Serveer met frites, gemengde sla en mosterdsaus.