Konijn op oud-Vlaamse manier

1 konijn
3 dl witte wijn
1 dl azijn
zout, (gekneusde) peperkorrels
bloem
tijm, laurier
60 gr boter
50 gr spekblokjes
2 uien
bouillon
250 gr gedroogde pruimen
1 eetlepel bruine suiker
1 snee ontbijtkoek (eventueel bruinbrood)

Roer de wijn, azijn, zout en gekneusde peperkorrels door elkaar en voeg er
blaadjes laurier en enkele takjes tijm aan toe.
Verdeel het konijn in stukken en leg die in de marinade.
Laat ze zo ± 24 uur staan en keer ze af en toe (dek af met een
doek).
Laat de pruimen 4-5 uur weken.
Neem de stukken konijn uit de marinade, droog ze af en haal ze door bloem
met wat zout.
Smelt de spekblokjes in de boter uit en braad daarin de stukken konijn
snel aan alle kanten aan.
Neem ze daarna uit de pan.
Leg de in ringen gesneden uien in de achtergebleven boter, laat die
goudgeel fruiten, leg de stukken konijn erbij met nog wat takjes tijm,
giet de gezeefde, voorverwarmde marinade over het konijn en eventueel nog
wat bouillon (de stukken moeten net onder staan).
Laat de stukken konijn zo ± 12 uur stoven.
Voeg er dan de pruimen en de koek bij en laat nog eens een half uur
stoven.
Deze stooftijd dient om te binden en geeft een fijne kruidige smaak.
Wilt u de saus wat neutraler houden, dan neemt u in plaats van ontbijtkoek
bruinbrood, dat u eventueel met wat mosterd kunt bestrijken.
Voeg er 1 lepel bruine suiker aan toe.
In Limburg voegt men aan deze saus een lepel appelstroop toe in plaats
van suiker.