Appeltaart

625 gr bloem
375 gr boter
21/2 dl water
1 eidooier
zout
11/2 kg appels
200 gr abrikozenconfituur
50 gr griessuiker

Voor de banketbakkerscrème (11/2 liter):
12 eigelen
500 gr suiker
200 gr bloem
11/2 liter melk
1 vanillestok

Bereid een forceerdeeg.
Leg de bloem op tafel en maak in het midden een kuiltje.
Leg de boter, het water en een snuifje zout in het midden.
Meng de verschillende ingrediënten beetje na beetje tot u een vast
deeg bekomt dat niet meer aan de handen blijft kleven.

Banketbakkerscrème bereiden:
Breng de melk met de vanillestok aan de kook.
Meng de bloem, de suiker en de eidooiers en giet de kokende melk al
roerend in de dooiermassa.
Breng de massa al roerend aan de kook, blijf roeren en laat de massa
± 2 minuten doorkoken tot hij dik is geworden.
Roer de massa dan koud (bijvoorbeeld op ijs).

Schil de appels, snijd ze in vieren, verwijder het klokhuis en de pitten
en snijd de appels in maanvormige schijfjes.
Rol het deeg op een met bloem bestrooide tafel gelijkmatig uit om een dun
vel van ± 2 mm dikte te bekomen en beleg een taartvorm hiermee.
Prik de bodem enkele keren met een vork door en bestrijk de bodem met 100
gr abrikozenconfituur.
Bedek die met een dikke laag banketbakkerscrème en bedek de
oppervlakte dan kringvormig en volledig met appelschijfjes.
Bestrooi de appelschijfjes met de griessuiker.
Steek de taart in het midden van een matig warme oven (± 150°C)
tot de oppervlakte goudbruin is gekleurd.
Leg de taart op een rooster en doe de appelschijfjes glanzen door ze met
gesmolten abrikozenconfituur te bestrijken.