Kempische boerenvlaai

(12 personen)

40 gr gist
20 gr koude melk
260 gr boter
280 gr bloem
40 gr suiker
5 gr zout
450 gr vaste abrikozenconfituur
2 eieren

Los de gist in de koude melk op.
Meng de boter, de bloem, de suiker, het zout, 1 ei en de gistoplossing
kort door elkaar (let op dat u het deeg
niet te lang bewerkt).
Verdeel het in 2 x 50 gr en 2 x 300 gr.
Rol de stukken van 300 gr dun in een cirkel uit en bedek 2 lage effen
taartvormen van 21 cm diameter hiermee.
Vul de bodems met vaste abrikozenconfituur.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Klop intussen een ei los en bestrijk de rand van de taarten hiermee.
Kneed de 2 stukjes van 50 gr en de taartrestjes en rol het dan dun tot 2
cirkels uit en dek de vlaaien hiermee af.
Bestrijk het deksel met losgeklopt eigeel en knip er met een schaar een
versiering in.
Laat 20 minuten rijzen.
Bak de vlaaien 20 minuten in een voorverwarmde oven af.
Haal ze daarna uit de vorm en laat ze op een rooster afkoelen.

Tip: U kunt de abrikozenconfituur door vaste gesuikerde appelcompote
vervangen.