Blauwvoetschelpen

1 flesje Rodenbach
500 gr visfilets
6-7 kleine uitjes (liefst sjalotten)
50 gr boter
1 grote appel
peper, zout

Voor de saus:
1 flesje Rodenbach Grand Cru
60 gr boter
2 grote opgehoopte lepels bloem
1 klein doosje Carnation melk of 1 klein potje room
50 gr gepelde garnalen
peterselie
peper, zout
4 schelpen

Voor de garnering:
sla
tomaten
geraspte wortelen

Was de visfilets vlug en droog ze af.
Snijd de sjalotten in schijven.
Smeer een kookpot met boter in, breng de visfilets erin en overgiet ze met
de Rodenbach.
Leg er dan de sjalotten bovenop en kruid het gerecht.
Schil de appel, ontpit hem, snijd hem in dunne schijven en leg die op de
sjalotten.
Laat het gerecht op een klein vuur 20-25 minuten sudderen.
Voeg er zo nodig een beetje Rodenbach aan toe, zodat de visfilets in de
Rodenbach 'zwemmen'.
Pel intussen de garnalen, was de peterselie en verwarm de schelpen
voor.
Smelt de boter voor de saus, maar laat niet bruinen.
Meng er beetje bij beetje de bloem onder samen met wat Rodenbach Grand
Cru.
Neem de pan van het vuur.
Mix het kookvocht van de visfilets en meng dit, afgewisseld met de room of
de melk onder de bloem.
Als er geen kookvocht meer is, neem dan verder Rodenbach Grand Cru.
Breng op smaak met peper, zout en een beetje peterselie.
Vul de schelpen met het vis-sjalot-appelmengsel en schik ze op borden met
kantpapier.
Schenk er wat saus over en garneer met een fris blaadje sla en een
schijfje tomaat of met geraspte wortelen.
Geef de rest van de saus er apart bij.
Drink er een Rodenbach Grand Cru bij.