Chinese keuken

Het geheim van de Chinese keuken zit in de versheid van de
ingrediënten.
Alles wat eetbaar is, wordt gebruikt.
China is een uitgestrekt land met veel verschillen in bodem, klimaat en
volkeren. Elk gebied heeft dan ook een eigen, traditionele keuken.
De meest bekende is de Kantonese keuken, ook wel Guangzhou genoemd.
Witte rijst is een traditioneel bijgerecht in de Kantonese keuken. Mie,
Chinese rijstvermicelli, gestoomde of gefrituurde rijstpapiervellen en
loempiavellen zijn andere deegwaren die veel worden gebruikt.
Kruiden geven de Kantonese gerechten de subtiele smaken die kenmerkend zijn
voor deze keuken. Pepers spelen daarin een belangrijke rol. Ze worden
afzonderlijk gebruikt, of verwerkt in vijfkruidenpoeder.
Met verschillende sauzen worden de gerechten op smaak gebracht.
Bijvoorbeeld: Sojasaus, hoisinsaus, sesamolie, oestersaus en pruimensaus
(plum saus).
De authentieke ingrediënten voor de Kantonese keuken zijn verkrijgbaar
bij Chinese toko's.

In noord-China vormen de noedels het hoofdvoedsel. Deze noedels of mie
worden gemaakt van een tarwedeeg. In zuid-China wordt geen tarwe verbouwd en
is, net als in Indonesië, rijst het hoofdbestanddeel van de
maaltijd.
Bij de rijst of mie eet men altijd een aantal gerechten.
Deze zijn veel minder scherp gekruid dan die van de Indonesische keuken.
Ieder gerecht wordt apart met wat rijst of mie gegeten. De voorbereiding van
de gerechten vraagt meer tijd dan het eigenlijke koken.
Alle ingrediënten worden zorgvuldig klein gesneden en vaak gemarineerd.
Weinig gerechten worden gekookt. Het gaar maken gebeurt snel door bakken of
frituren, teneinde ze zo knappend mogelijk op tafel te brengen.
Gerechten met een langere bereidingstijd worden gaar gestoomd. Door de
zorgvuldige voorbereiding, waarbij als voornaamste gereedschappen een hakmes
en een hakbord worden gebruikt, is snijden aan tafel overbodig. Stokjes zijn
dan ook het enige bestek dat de Chinezen gebruiken.
Bij de maaltijd wordt thee gedronken, zwarte, groene, of bloementhee.