Gebakken rijst (yang zhou)

60 gr doperwten
420 gr koude gekookte rijst
100 gr Noorse ongekookte garnalen
60 gr ham of cha shiu
3 Chinese paddestoelen
2 eieren
1 lente-ui
1 teentje knoflook
2 eetlepels olie

Smaakgevers:
2 eetlepels paddestoelenvocht
1 theelepel sesamolie
peper, zout

Pel de garnalen, verwijder het darmkanaal, was de garnalen onder koud
stromend water en droog ze met keukenpapier.
Marineer de garnalen 10 minuten met 1 theelepel maïzena en 1/4
theelepel peper en schroei ze vervolgens in de hete olie dicht tot ze van
kleur zijn veranderd.
Was de paddestoelen en week ze 30 minuten in warm water.
Giet ze af en vang het vocht op.
Verwijder de steeltjes en snijd de paddestoelen in dobbelsteentjes.
Snijd de ham (of cha shiu) in dobbelsteentjes.
Klop de eieren met zout, peper en de sesamolie los.
Sla het knoflookteentje plat.
Snijd de lente-ui in stukjes van 1 cm.
Maak de rijst met een vork los.
Verhit 2 eetlepels olie in een wok, voeg de knoflook toe, roerbak enkele
seconden en verwijder de knoflook.
Doe het losgeklopte ei in de wok en roerbak tot het bijna is gestold.
Voeg de rijst, de garnalen, de ham (of cha chiu), de paddestoelen, de
doperwten en (op het laatst) het lente-uitje toe en roerbak tot alles goed
warm is.
Breng de rijst op smaak met de ingrediënten van de smaakgevers.