Laksa goreng van varkensgehakt en garnalen

500 gr varkensgehakt
1 ei
250 gr gepelde garnalen
4 hardgekookte eieren
50 gr gedroogde Chinese champignons
100 gr laksa
250 gr peultjes
10 eetlepels gesneden prei
olie
2 eetlepels gesnipperde ui
peper
nootmuskaat
zout
2 gesnipperde teentjes knoflook
2 eetlepels taotjo
2 eetlepels fijngehakte peterselie
citroensap

Vermeng het gehakt met wat zeer fijngehakte ui, knoflook, peper,
nootmuskaat en heel weinig zout (de taotjo is erg zout).
Laat het gehakt 1 uur in de koelkast rusten.
Week de koeping tikoes 20 minuten in warm water en de laksa 10 minuten in
koud water.
Bewaar het weekwater van de koeping tikoes.
Snijd de peultjes in schuine reepjes en de prei in plakjes.
U kunt de peultjes vervangen door uitgelekte doperwtjes, maar bak deze dan
niet mee.
Draai van het gehakt balletjes ter grootte van een pingpongbal en braad ze
in wat olie.
Neem niet te veel olie; er komt nogal wat vet uit het gehakt.
Doe, als de balletjes bruin zijn, de rest van de ui en de knoflook, de
peultjes, de koeping tikoes en de prei erbij en laat even door braden tot de
prei goudgeel is.
Roer de taotjo erdoor en daarna de gepelde garnalen.
Fruit de garnalen zo kort mogelijk, anders worden ze taai.
Doe tenslotte het weekwater van de koeping tikoes erbij en schep de
uitgeknepen laksa erdoor.
Breng op smaak met peper, citroensap, peterselie en eventueel 1 eetlepel
ketjap.
Garneer met de hardgekookte eieren en knappend gebakken uitjes.

 

Back to top