Amandelkoekjes
(30 stuks)
100 gr boter
60 gr witte basterdsuiker
30 gr lichtbruine suiker
1 losgeklopt ei
1 theelepel amandel-essence
100 gr bloem
2 theelepels bakpoeder
30 gr witte amandelen, gemalen
2 eetlepels water
30 witte amandelen (heel)
Doe de zachte boter, witte en bruine suiker in een beslagkom en klop het
licht en luchtig.
Verdeel het losgeklopte ei in 2 porties en vermeng de helft met de
amandel-essence.
Doe het bij de boter en klop het nog even stevig door.
Zeef de bloem met het bakpoeder boven de kom en werk het met een houten
lepel door de boter.
Strooi er de gemalen amandelen over en klop nog even stevig door.
Het deeg zal nu zo stevig zijn dat u met de handen verder kunt werken.
Vorm van het deeg ± 30 balletjes, leg ze op een ingevette bakplaat en
druk ze met de vlakke hand wat plat.
Leg in het midden van elk koekje een amandel.
Gebruik de rest van het losgeklopte ei, aangevuld met het water, om de
koekjes te bestrijken.
Schuif de bakplaat in het midden van de voorverwarmde oven en bak de koekjes
12-15 minuten bij een temperatuur van 180°C of gasovenstand 4.
Laat ze afkoelen en bewaar ze in een goed afgesloten blik.