Kantonese tongsoep
Cantonese gerechten komen oorspronkelijk uit Guangzhou, de grootste stad van
de provincie Guangdong, die aan de zuidkant van China ligt. Deze gerechten
zijn al bekend vanaf de vroegste geschiedenis van China. Ze bestaan uit een
grote diversiteit van licht gekruide gerechten, die uitstekend passen bij de
hedendaagse trend van de culinaire kookkunst. Door het toevoegen van nieuwe
gerechten en het toepassen van nieuwe kooktechnieken, zijn ze in de loop der
jaren sterk ontwikkeld tot een zeer populaire culinaire trend in China. Met
behulp van de oversea Chinezen worden deze gerechten ook in andere delen van
de wereld zoals Europa, Amerika en Australië, steeds bekender,
geaccepteerd en gewaardeerd.
400 gr tongfilet
4 eetlepels rijst
3 in smalle repen gesneden stengels bleekselderij
1 grote gesnipperde ui
3 in stukjes gesneden worteltjes
3 fijngesnipperde sjalotjes
1 eetlepel sojasaus (ketjap)
1 eetlepel droge sherry
2 eetlepels olie
6 gedroogde Chinese paddestoelen
1 liter kippenbouillon (van kip getrokken of van bouillonblokjes)
Was de tongfilets, snijd ze overdwars in vingerbrede repen en snijd deze
weer in stukken van 2 cm.
Leg de vis in een kom en giet daar de soja, sherry en olie in.
Schep de vis om en zet de kom afgedekt 2 uur op een koele plaats, maar niet
in de koelkast.
Week de paddestoelen in veel water.
Breng de kippenbouillon aan de kook, was de rijst en kook deze 10-15 minuten
in de kippenbouillon.
Voeg dan de selderij, ui en wortel toe en laat ± 10 minuten op een
laag vuurtje doorpruttelen.
Roer de bouillon om, doe er de stukjes tong bij en zorg ervoor dat de
bouillon aan de kook blijft.
Snijd de geweekte paddestoelen in stukken en doe ze in de pan.
Voeg na 5 minuten koken wat vers gemalen peper toe.
Laat de soep nog even doorkoken en breng op smaak met sojasaus, peper en
zout.
Serveer de sjalotjes apart bij de soep.