Wonton in pittige bouillon
Voor het deeg:
175 gr bloem
75 gr boekweitmeel (natuur- of reformwinkel)
2 eieren
1/2-1 eetlepel water
1/2 theelepel zout
Voor de vulling:
200 gr varkensgehakt
150 gr shii-take paddestoelen
1 sjalotje
olie
Japanse sojasaus
mirin of zoete sherry
1 cm geraspte verse gember
1 teen knoflook
1 ei
zout, peper
2 blikjes heldere ossenstaartsoep
2 bosuitjes
Deeg:
Zeef de bloem en het boekweitmeel.
Meng de eieren met het water en het zout.
Roer er een paar eetlepels van het bloemmengsel bij tot een glad, dun
'beslag' ontstaat.
Schenk dit bij de rest van de bloem en meng dit, vanuit het midden knedend,
tot een glad, glanzend en makkelijk verwerkbaar deeg ontstaat.
Kneed er, als het te droog is, wat koud water bij.
Laat het deeg, verpakt in een vochtige doek, 1/2 uur rusten.
Verdeel het deeg in tweeën en rol het met behulp van een uitrolstok of
pastamachine uit tot een zo dun mogelijk, nog bewerkbaar deeg.
Snijd hier vierkantjes van 5 cm uit.
Vulling:
Meng het gehakt met de fijngehakte paddestoelen, het fijngehakte sjalotje, 2
theelepels olie, de sojasaus, de mirin, de geraspte verse gember, de
knoflook uit de pers, het ei en wat zout en peper.
Draai hier knikkergrote balletjes van en let op elk deeglapje een
balletje.
Neem de deeglapjes naar boven toe samen en draai ze dicht.
Let de 'tasjes' of 'wonton' in een stoompan en stoom ze boven kokend water
in 30 minuten gaar (of pocheer ze in net kokend water in 15 minuten
voorzichtig gaar).
Zeef intussen de ossenstaartsoep en breng het vocht met 1 eetlepel mirin of
zoete sherry aan de kook.
Snijd het groen van de lente-uitjes in ringen en verdeel die over de
soepkommen.
Leg in elke kom 5-6 deegtasjes of wonton en verdeel de bouillon erover.