Yü-ch'ih-t'ang

(Haaievinnesoep)

50 gr gedroogde haaievinnen
250 gr kippepoelet
2 theelepels zout
stukje foelie
mespunt tijm
takje peterselie en selderijgroen
2 fijngesneden teentjes knoflook
1 eetlepel slaolie
50 gr ham in 2 plakken
1 ei
versgemalen peper

Zet een avond tevoren de haaievinnen in koud water en laat ze ± 8 uur
weken.
Kook ze de volgende morgen 1 1/2 uur in vers water.
Spoel ze daarna af en zet ze weg.
Zet in een andere pan 1 liter water met het poelet, zout, foelie, tijm,
peterselie en selderijgroen op.
Laat de bouillon ook 1 1/2 uur koken, zeef deze daarna en zet het
kippenvlees even weg.
Kook de afgespoelde haaievinnen nu in de kippenbouillon in 1 uur gaar.
Fruit intussen de knoflook in de olie goudgeel en laat die op een zeef
uitlekken.
Snijd het kippenvlees en de ham in luciferdunne reepjes van 3-4 cm.
Klop het ei los.
Breng, als de haaievinnen gaar zijn, de bouillon nog even goed aan de kook,
hang op de pan een zeef en wrijf daar het ei door.
Maak de soep af met de knoflook, hem, kip, zout en peper.
Dien de soep op in porseleinen soepkommen.

Als u geen haaievinnen kunt krijgen, gebruik dan een ei extra en bind de
soep dan met aangemaakt aardappelmeel.