Lenterolletjes II

(6 personen)

Voor het deeg:
125 gr bloem
zout

Voor de vulling:
4 lente-uitjes in ringetjes
1 gesnipperde sjalot
1 eetlepel olie
300 gr varkensgehakt
1 eetlepel maïzena
2 eetlepels rijstwijn of droge sherry
100 gr taugé
2 eetlepels sojasaus
1 theelepel suiker
versgemalen peper
1 eierdooier
olie om in te bakken

Zeef de bloem boven een schaal, strooi er zout op en druk in het midden een
kuiltje. Voeg 3/4 dl water toe en kneed het vlug tot een glad deegje. Laat
het deeg afgedekt met een vochtige doek ± 2 uur koud rusten.
Fruit in de olie de sjalot glazig.
Voeg het gehakt toe en bak het rul. Bestuif het met de maïzena en
overgiet het met de rijstwijn. Voeg de lente-uitjes en de taugé toe,
bedruip het geheel met de sojasaus en breng met suiker, zout en peper hartig
op smaak.
Rol het deeg op een met bloem bestoven werkblad vliesdun uit en verdeel het
in 6 gelijke rechthoeken. Leg 2-3 eetlepels van de vulling op het
deegblad.
Klop de eierdooier met een beetje water los en bestrijk de deegranden ermee.
Vouw de langste zijden in en rol vanaf de smalle zijde op. Druk de randen
goed aan en bestrijk ze met eierdooier.
Verhit de olie tot 180°C en bak de rolletjes per portie in 8 minuten
bruin en knapperig.
Serveer ze heet met ketjapsaus.