Szechuanvis

(6 personen)

500 gr witvisfilet, zonder graten of vel
zout, witte peper uit de molen
1 ei
5 eetlepels bloem
6 eetlepels droge witte wijn of licht bier
olie om te frituren
75 gr gekookte ham, in kleine blokjes gesneden
2 1/2 cm gemberwortel, geschild en gehakt
6 waterkastanjes, in plakjes gesneden
4 lente-uitjes, schoongemaakt en in ringen gesneden
3 eetlepels lichte sojasaus
1 eetlepel witte Chinese rijstazijn of witte wijnazijn
1 eetlepel Szechuan peperkorrels
3 dl kippe- of visbouillon
1 eetlepel maïzena, opgelost in wat bouillon
1 eetlepel suiker (naar keuze)

Voor de garnering:
6 rode pepertjes

Laat de steeltjes aan de pepertjes. Snijd ze vanaf 1 cm van de bovenkant
meerdere malen in. Spoel de zaadjes onder de koude kraan weg en leg de
pepers in water met blokjes ijs, zodat ze als bloemen gaan krullen. (Dit kan
zelfs beter een dag van tevoren gebeuren).
Snijd van de vis blokjes van 5 X 4 cm en controleer direct of geen graten
zijn achtergebleven. Strooi er een klein beetje zout en rijkelijk peper
over.
Klop het ei goed los met de wijn of het bier en maak er met bloem een
luchtig beslagje van.
Bestuif de stukjes vis met bloem en leg ze in het beslag.
Verhit de frituurolie en bak de stukjes vis (niet teveel tegelijk) mooi
bruin en knapperig. Laat ze op papier uitlekken.
Verhit de wok, zonder vet, en rooster in 1-2 minuten de peperkorrels
even aan. Laat ze op een schaaltje afkoelen.
Verhit nu 1 eetlepel olie in de wok en bak de ham, gember, waterkastanjes en
ui even aan.
Giet er na 1 minuut de sojasaus en azijn over.
Maal de Szechuanppeper of stamp ze zeer fijn en voeg ze toe aan de
ingredinten in de wok.
Giet de bouillon er bij, bind met de aangemaakte maïzena en breng op
smaak met wat suiker.
Doe de vis in de pan, laat alles door en door heet worden en serveer,
gegarneerd met de pepebloemen.