Aardappelsoep en taart

(Maaltijd voor 4 personen)

Deze ongewone combinatie staat zozeer voor alles wat regionaal is in de
Pfalz dat er een gedichtenbundel in het streekdialect verscheen met de
titel: Grumbeersupp un Quetschekuche. In Hessen mag het ook een
bosbessentaart zijn en anderen stellen een mirabellen- of appeltaart voor.
Bovendien gaat er soms verse bloed- of leverworst, braadworst of een
varkenspootje in de soep.
Graag een glaasje korenwijn toe. Dat hòort nu eenmaal.

Voor de taart:
300 gr tarwebloem (geen patent)
3 afgestreken theelepels instantgist
11/2 dl lauw water
25 gr zachte boter
1 ei
25 gr witte basterdsuiker
2 theelepels zout
1 kg kwetsen (of rijpe pruimen)
(poeder)suiker

Voor de sep:
1 eetlepel boter
100-150 gr rookspek in blokjes
2 gesnipperde uien
800 gr geschilde kruimige aardappelen
400 gr geschilde knolselderij
peterselie en marjolein, samengebonden
2 liter vleesbouillon
nootmuskaat, zout
2 dl room
veel fijngesneden bieslook

Doe de bloem in een kom, maak een kuiltje, strooi de gist erin en roer met
wat bloem en wat van het water om.
Dek af met een vochtige doek en laat een kwartiertje staan.
Doe de rest van het water, de boter en het ei erbij.
Voeg na even kneden het zout en misschien nog wat bloem of water toe en
kneed dan een soepel deeg.
Laat dit toegedekt rijzen tot tweemaal de omvang (1 uur bij
kamertemperatuur).
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het bestoven deeg op bakpapier uit tot een rechthoek van ± 40 x
30 cm.
Breng het papier over op een bakplaat en beleg het deeg met de pruimen die
u inmiddels heeft ontpit in 4 partjes heeft gesneden, het binnenste
boven.
Bak de taart een halfuur op onderste richel.
Bestrooi met suiker.

Bak het spek en de ui in de boter zachtjes glazig en kook ze met de
aardappelen en de knolselderij in blokjes en het boeketje kruiden op matig
vuur in de bouillon in een halfuur gaar.
Neem de kruiden weg.
Druk de soep door een zeef of pureer hem met de staafmixer in de pan.
Breng op smaak met de room, nootmuskaat en zout.
Bestrooi met de bieslook en serveer bij de lauwe taart.

Janny de Moor