Amandelvingers

Gebak met een Midden-Oosterse signatuur. Assabih bi loz ofwel
amandelvingers: heel lichte, elegante koekjes die al in Arabische
geschriften uit de Middeleeuwen worden vermeld en daar lauzinaj heten.
Claudia Roden geeft in 'De Keuken van het Midden-Oosten' het volgende
recept:

250 gr filovellen
± 100 gr gesmolten boter
250 gemalen amandelen, pistaches of walnoten
125 gr suiker
3 eetlepels oranjebloesemwater
poedersuiker

Vet een bakblik licht in met boter en verwarm de oven voor op
160-180°C.
Snijd de filovellen in 4 rechthoeken en stapel ze op, zodat ze niet
uitdrogen.
Kwast de rechthoekjes in met de gesmolten boter.
Maak de vulling door de gemalen amandelen te mengen met de suiker en het
oranjebloesemwater.
Leg 1 opgehoopte Engelse theelepel (of 'Franse' koffielepel) vulling aan
het ene eind van een rechthoek en rol het velletje deeg op tot een
'sigaar'.
Draai hem aan de punten een beetje dicht.
Leg de amandelvingers op de ingevette bakplaat en bak ze 20-30 minuten in
de voorverwarmde oven. Ze mogen alleen maar heel lichtbruin worden.
Laat ze afkoelen en bestrooi ze, voordat u ze serveert, met poedersuiker.

U kunt in plaats van amandelvingers ook pistaches- of walnotenvingers
maken, eenvoudig door de gemalen amandelen door gemalen pistaches of
walnoten te vervangen.
In plaats van met oranjebloesemwater kan de vulling desgewenst met
rozenwater of met kaneel op smaak worden gebracht.
Tenslotte kunt u deze koekjes ook frituren in plaats van in de oven
bakken. Zorg dat de olie niet te heet is, frituur er niet te veel tegelijk
en ook vooral niet te lang. De gefrituurde koekjes zijn zowel warm als
koud heel lekker.

Henja Schneider