Armeense forel
(2 personen)
Khorovadz ishkhanatsoug, zoals de Armeniërs dit gerecht noemen, kwam
vroeger, toen de zalmforel die daar thuishoort nog in overvloed rondzwom,
uit het azuurblauwe Sevanmeer. Uitdroging en overbevissing maakte de
ishkhan (prins) schaars. Inmiddels wordt hij gekweekt, zodat je toch aan
de rand van het meer kunt genieten van deze op houtskool geroosterde vis
met granaatappelpitten, symbool van vruchtbaarheid, hoop en overvloed.
Heel gezond vanwege de flavanoïden, zegt men.
Schenk er een mooie rosé bij, ter ere van dit land waar het oudste
archeologische bewijs van wijnbouw werd gevonden 'door Noach aangelegd'.
Bijvoorbeeld een Garni, merk Ararat.
Het spit moet in de lengte door de vis worden gestoken. Mij beviel een
dubbel grillrooster beter. Nog mooier zijn 'nonstick viskorven', die alle
echte barbecuefans bezitten.
2 flinke zalmforellen
1/2 dl olijfolie
1/2 dl citroensap
2 eetlepels fijngesneden dragon
5 theelepels grof zeezout
4 theelepels hete paprika
parten citroen
granaatappelpitten
dragonblad
Spoel de forellen af, dep ze droog en geef met een heel scherp mes een
paar sneden in de zijkanten.
Bestrijk ze met een mengsel van olie, sap, dragon, zout, en paprika en
marineer ze minstens 1 uur.
Schep de marinade vooral in de inkepingen en het binnenste en draai de
vissen telkens om.
Maak een houtskoolvuurtje in barbecue.
Rijg de vissen in de lengte aan lange spitten of klem ze in een dubbel
(vis)rooster en rooster ze boven de hete as.
Bestrijk ze daarbij telkens met de bewaarde marinade en draai ze rond
(12-15 minuten, afhankelijk van de dikte van de vis).
Serveer de vissen op een bed van dragonblad, parten citroen en
granaatappelpitten en geef er Armeens brood lavash (Turkse winkel) of pita
bij.
Als hapjes vooraf: Khortik, Armeense mezze.
Misschien een schaaltje pastrami, in elk geval tomatensla, komkommer
met
uitjes, kool, wortel en paprika in het zuur, olijven, radijs, panir (kaas,
neem feta), beroemde overheerlijke yoghurt matzun (neem Griekse) en een
schaal verse kruiden: rozemarijn, tijm, dille, oregano.
Fruit toe.
Janny de Moor