Bloemkool uit Mallorca

(4 personen)

De Mallorquins zweren dat hun groenten beter smaken dan waar dan ook,
dankzij een gelukkige combinatie van klimaat, bodem en vochtigheid - of
liever, het gebrek daaraan. Omdat er niet rijkelijk wordt
geïrrigeerd, blijven groenten in het algemeen vrij klein van formaat,
maar de smaak is heerlijk en geconcentreerd.
Gerechten met groenten horen bij het beste wat de keuken te bieden heeft.
Zo proefde ik er geroosterde verse artisjokken, pittige salades met
avocado's van het eiland, malse tuinbonen en een omelet tjokvol wilde,
groene asperges - een echte delicatesse.
Deze bloemkoolschotel heet coli flor (of colflou) ofegada in het
Catalaans, één van de twee talen van Mallor± Het
betekent 'verdronken bloemkool', maar er is niet echt een verklaring voor
die naam. Of het moet zijn dat de welbekende bloemkoollucht gesmoord wordt
in allerlei heerlijkheden. Dit is een makkelijk en bijzonder gerecht dat
bloemkool van zijn beste kanten toont. De gebruikte worstsoorten
- butifarron (bloedworst) en sobrasada (paprikaworst) - heb ik vervangen
door spek en chorizo.

1 grote bloemkool
150 gr chorizo (stukje)
150 gr zuurkoolspek (stukje)
6 bosuitjes
1 teen knoflook
handje verse kruiden (tijm, oregano, peterselie)
1 vleestomaat
5 eetlepels olijfolie
1 laurierblad
40 gr rozijnen
40 gr pijnboompitten
nootmuskaat, paprikapoeder
zout, versgemalen peper

Verdeel de bloemkool in roosjes.
Snijd de chorizo en het spek in stukjes en de bosuitjes in ringen en hak
de knoflook, de kruiden en de tomaat fijn.
Verhit de olie in een zware pan en bak de chorizo en het spek 1-2
minuten.
Voeg de bosui, de knoflook, de kruiden en de tomaat toe en bak alles
enkele minuten zachtjes mee.
Doe de bloemkool, het laurierblad, de rozijnen en de pijnboompitten in de
pan, breng op smaak met nootmuskaat, paprika, zout en peper en voeg een
scheut water toe.
Laat de bloemkool met het deksel op de pan zachtjes gaar sudderen.
Schud af en toe om en voeg zo nodig tussentijds nog wat water toe.
Er moet tegen het eind voldoende saus zijn.
Lekker bij gebakken aardappelen of gebakken polenta en liefst ook goed,
stevig brood om de saus op te dopen.