Bouillon met witvis

Licht, eetlustopwekkend en hartverwarmend.

1 liter runderbouillon
1 stengel sereh
2 schijfjes verse gemberwortel
1 rode peper
1 kleine struik paksoi
4 lente-uitjes
200 gr stevige (diepvries) witvisfilet
verse koriander

Breng de runderbouillon aan de kook met de sereh (leg een knoop in de
stengel, dan past hij gemakkelijker in de pan; bovendien wordt gezegd dat
het dan geluk brengt) en de schijfjes gemberwortel.
Schud de peper even goed, dan komen de zaadjes los te zitten.
Snijd een stukje van de peper, schud de zaadjes eruit en snijd de peper
vervolgens in ragdunne ringen.
Voeg de helft aan de bouillon toe, bewaar de andere helft voor de
garnering.
Was en droog de paksoi, snijd het witte gedeelte in smalle boogjes en het
groen wat grover.
Snijd de lente-uitjes in ringen.
Voeg de helft met de paksoi aan de bouillon toe, bewaar de andere helft
voor de garnering.
Laat de bouillon met de sereh, de gemberwortel, de paksoi, de peper en de
lente-ui ± 3 minuten zachtjes koken.
Snijd de (net ontdooide) witvisfilet in stukken en pocheer deze 5-6
minuten mee in de bouillon.
Knip het grootste deel van de koriander grof en voeg deze op het laatst
toe.
Verwijder de sereh en de schijfjes gemberwortel.
Leg in elk soepbord een paar achtergehouden ringetjes rode peper en
lente-ui en blaadjes koriander en schenk de hete bouillon met de paksoi en
de vis erop.
Serveer er cassavechips bij.