Cassata

(12 porties)

Arabieren introduceerden het suikerriet in Sicilië, vandaar dat veel
Sicilaanse desserts Arabische namen dragen. Cassata komt van Qas'ah, de
ronde aardewerken vorm waarin een gelaagde taart werd gemaakt.
U heeft er rauw eiwit voor nodig, nu ook gepasteuriseerd te koop.
De slokjes die erdoor gaan, dienen ook als antivries: u kunt dit ijs zo
uit de diepvries aansnijden.

In een cakevorm, inhoud 1/2 liter:
4 eetlepels uitgelekte boerenjongens
ruim 21/2 dl advocaat
1 zakje vanillesuiker
2 dl frisse kersenjam
1 eetlepel kirsch
1/2 dl hazelnootpasta
1/2 liter slagroom
100 gr witte basterdsuiker
2 eiwitten
100 gr kersen voor de garnering

Meng de boerenjongens met 1/2 dl advocaat en de vanillesuiker.
Roer de jam los met de kirsch.
Meng de hazelnootpasta met 1 eetlepel advocaat.
Zet 3 flinke kommen klaar.
Klop in één ervan de room stijf met de basterdsuiker.
Klop in een andere eiwitten stijf.
Meng met een grote gladde lepel de room en 2 dl advocaat.
Spatel de eiwitten daardoorheen en verdeel dit mengsel over de 3
kommen.
Spatel de jam door de eerste, de rozijnen door de tweede en de de
hazelnootpasta door de derde.
Leg de kersenvla in de vorm en strijk die glad.
Schenk de rozijnenvla erover en strijk ook die glad.
Eindig met de hazelnootmassa en laat het geheel een nacht bevriezen.
Houd de vorm even in heet water en keer hem op een bevroren schotel..
Leg de ontpitte kersen bovenop en snijd zoveel plakken als nodig is.
Zet de rest, verpakt in aluminiumfolie, terug in de vriezer.