Exotische bouillon
Soms kun je een echte opkikker gebruiken. Bijvoorbeeld na een lange
autorit, intensief sporten of gewoon na een dag in de tuin werken.
Deze bouillon krijgt door de gebruikte kruiden een Thais tintje.
Sereh (citroengras, lemongrass) is een eetbaar gras, dat - cryptisch - niet
tot de grassoorten behoort. Het groeit als een dichte en vrij hoge
pol, meestal op erven in de kampongs en in dessa's.
1 liter runderbouillon
1 stengel sereh
2 schijfjes verse gemberwortel
1 rode peper
4 lente-uitjes
2 scholfilets (of tongfilet of andere stevige witvisfilet)
verse koriander
Breng de runderbouillon met de sereh en de schijfjes gemberwortel aan de
kook.
Schud de peper even goed, dan komen de zaadjes los te zitten.
Snijd een stukje van de peper en schud de zaadjes eruit.
Snijd de peper vervolgens in ragdunne ringen, voeg de helft aan de
bouillon toe en bewaar de andere helft voor de garnering.
Snijd de lente-uitjes in ringen, voeg de helft aan de bouillon toe, bewaar
de andere helft voor de garnering.
Laat de bouillon met de sereh, de gemberwortel, de peper en de lente-ui 5
minuten zachtjes koken.
Snijd de schol of andere witvisfilet in stukken en pocheer deze 5-6
minuten in de bouillon mee.
Knip het grootste deel van de koriander grof en voeg deze op het laatst
toe.
Leg in elk soepbord een paar ringetjes rode peper en lente-ui en blaadjes
koriander en schenk de hete bouillon met de vis erop.
Serveer er cassavechips bij.