Friese nagelkaas met aardbeien en bleekselderij

(4 snacks of voorgerechten)

16 middelgrote aardbeien
2 bleekselderijstengels
200 gr belegen (of nog oudere) Friese nagelkaas
2 theelepels limoen- of citroensap
zout, witte peper uit de molen
1 theelepel honing
1 mespuntje fijne Franse mosterd
3 theelepels (noten)olie
± 50 gr rucola, eventueel gemengd met kropsla
4 grote licht geroosterde sneden witbrood
2 gesnipperde bosuitjes

Spoel de aardbeien enkele malen in ruim koud water en laat de vruchten
daarna in een vergiet of op een zeef uitlekken en zoveel mogelijk opdrogen
(zet de zeef of vergiet op een tochtige plek).
Neem daarna de kroontjes van de vruchten weg, snijd ze in vieren en leg de
gevierendeelde aardbeien in een kom.
Trek, zo nodig de draden van de bleekselderijstengels en snijd de stengels
in de lengte in 6 (of meer) lange smalle repen.
Snijd de repen in minuscule blokjes.
Spoel ze enkele malen in ruim koud water, laat ze even uitlekken en zet ze
op met ruim kokend water waaraan wat zout is toegevoegd.
Laat alles 2 minuten koken.
Stort alles daarna op een fijne zeef en spoel zoveel koud water over de
blokjes tot ze volkomen zijn afgekoeld.
Laat ze daarna uitlekken en ook zoveel mogelijk opdrogen.
Schaaf intussen de kaas in vliesdunne plakjes.
Maak de dressing door het limoen- of citroensap in een kommetje met wat
zout en peper te vermengen.
Roer de honing erdoor en blijf dan nog zolang roeren tot het zout is
opgelost.
Voeg de mosterd toe en klop de olie erdoor.
Schep de bleekselderijblokjes door de aardbeien.
Schenk de dressing erover en schep alles enkele malen om.

Presentatie:
Leg de sneden geroosterd brood op de bordjes.
Verdeel de rucola erover en schik er vervolgens de plakjes Friese
nagelkaas op.
Schep de aardbeien met de bleekselderij er in het midden op en strooi er
de bosuitjes over.

Tip: Vervang het witbrood door grote plakken Fries roggebrood.