Garnalen in pindasaus
Voor dit gerecht kunt u ook al gepelde garnalen nemen of garnalen waar het
staartje nog aan vast zit. In dat geval is 800 gr wat veel: 500 gr gepelde
garnalen is voor vier personen voldoende.
800 gr grote garnalen
1 ui
4 teentjes knoflook
1 serehstengel
4 citroenbladeren (djeroek poeroet)
1 dessertlepel rode currypasta
2 rode pepers
3 eetlepels pindakaas
1 dessertlepel tamarindepasta
3 eetlepels vissaus
2 eetlepels citroensap
2 eetlepels suiker
75 gr santen
4 eetlepels olie
Voor de garnering:
1 voorjaarsuitje
1 rode peper
2 eetlepels korianderblaadjes
Pel de garnalen, verwijder de zwarte draad, spoel ze onder de koude kraan
af en laat ze in een vergiet uitlekken.
Snijd de ui en de knoflook klein.
Snijd of hak de serehstengel (alleen het witte deel) zo klein
mogelijk.
Snijd de citroenbladeren in dunne reepjes.
Snijd de rode pepers klein.
Verhit 2 eetlepels olie in een wok en fruit de ui en de knoflook hierin op
een niet te hoog vuur lichtbruin.
Voeg nu de sereh, de citroenbladeren, de rode pepers en de currypasta toe
en blijf ± 2 minuten roeren.
Doe de pindakaas, de tamarindepasta, de vissaus, de suiker en het
citroensap erbij, schep even om en voeg dan 3 dl heet water toe.
Los de santen hier al roerend in op, zet het vuur laag en laat de saus,
onder af en toe roeren, in een kwartiertje wat indikken.
Verhit in een (andere) wok 2 eetlepels olie, voeg de garnalen toe en
roerbak ze ± 4 minuten. Ze zijn dan lichtroze van kleur.
Bak garnalen nooit te lang, ze worden er alleen maar taai van.
Roer de garnalen uit de wok door de pindasaus.
Snijd het voorjaarsuitje in schuine, dunne ringen en de rode peper in
dunne ringetjes.
Doe de garnalen met de pindasaus over op een serveerschaal en strooi er de
voorjaarsui, de peper en de korianderblaadjes over.
Geef er gekookte witte rijst en gekookte sperziebonen bij.