Gebakken vis uit Georgië
(2 personen)
Eind 2003 schrijft een Fransman na een bezoek aan verschillende plaatsen
in Georgië: 'de maaltijden waren hopeloos eentonig, het lijkt erop
dat men eten enkel en alleen als een noodzaak beschouwt'. Niet goed
opgelet! Begin 1994 heb ik Josef Jzordania, ethnomusicoloog, tijdens een
Georgisch feest horen vertellen:
,,In het Oosten van ons land houdt men meer van vlees, in het Westen meer
van groenten, maar overal wordt bijna elke week een gemeenschappelijk
feestmaal gehouden, want de tafel bleef ook onder de Sovjetoverheersing de
plaats waar traditie in ere werd gehouden. Tijdens dat maal zingt men
liederen en tussendoor wordt er met wijn getoost op de vriendschap, op
ieder familielid, dood of levend, op de gasten 'die komen van
God..."
1 aubergine
zout
olie
2 filets van stevige vis á 200 gr: zeebrasem, rode snapper,
barbeel, karper of forel
peper, zout
bloem
2 eetlepels gesnipperde rode ui
1 teen knoflook
2 dl sap van een vuurrode granaatappel of 1 dl ingedikt sap uit fles met 1
dl water (Turkse winkel)
1 gesnipperd rood pepertje (zonder pit)
2 eetlepels fijngesneden basilicum
2 eetlepels fijngesneden koriander
Snijd de aubergine in plakken en bestrooi die met wat zout.
Laat ze een Halfuurtje staan, spoel ze dan af en droog ze heel goed
af.
Bestuif De filets met peper, zout en bloem en bak ze in de olie aan
weerszijden bruin en knapperig (± 20 minuten totaal).
Bak de plakken aubergine in een bodempje olie aan weerszijden bruin en
laat ze op keukenpapier uitlekken.
Leg de aubergine rondom de vis en houd het geheel warm.
Laat het granaatappelsap met het pepertje en de uisnippers tot de
helft
inkoken en breng op smaak met zout.
Lepel iets daarvan op het allerlaatst over de vis en strooi de kruiden
erover.
Geef de rest van de saus er apart bij.
Eet dit gerecht liefst met lavasj (een dunne broodsoort).
Maar het kan ook met pita of Libanees platbrood.
Wijn: Georgische champagne of een mousserende Saumur sec.
Janny de Moor