Gehaktpasteitjes

(15 stuks)

Kiymali pogaça, een Turks pasteitje. Veel bijzonders voor weinig
geld. Altijd het kenmerk van het ware. Niet voor niets is de Turkse
benaming voor dit soort hapjes overgenomen in Hongarije en Tsjechië,
zelfs in Oostenrijk heeft men het over Pogatschen. In Turkije worden ze
lauw gegeten, maar heet zijn ze beter.

300 gr tarwebloem (patent)
2 afgestreken theelepels bakpoeder
11/2 theelepel zout
100 gr gesmolten boter
1 dl yoghurt
11/2 eetlepel citroensap
150 gr mager (lams)gehakt
2 fijngesnipperde uien
peper, zout
boter om in te vetten
1 losgeklopt ei
sesamzaad

Zeef de bloem, het zout en het bakpoeder in een kom.
Maak in het midden een kuiltje en schenk de afgekoelde boter, de yoghurt
en het citroensap hierin.
Kneed een samenhangende bal en laat die, onder een vochtige doek 20
minuten rusten.
Fruit het gehakt in eigen vet met de uien en flink peper en zout
lichtbruin en houd het rul.
Laat het afkoelen.
Verwarm de oven voor op 200°C.
Vet de bakplaat in.
Verdeel het deeg in 15 balletjes (á 30 gr) en druk die met de
vlakke hand op een onbestoven werkvlak plat om rondjes te krijgen van
± 9 cm.
Bestrijk ze met losgeklopt ei, verdeel het gehakt erover, klap het deeg
dubbel en druk de randen met de vingertoppen aan.
Vorm halve maantjes door de puntjes wat naar achteren te drukken, bestrijk
ook de bovenkant met ei en strooi er flink wat sesamzaad over.
Leg de pasteitjes op de bakplaat en bak ze midden in de oven in ±
een halfuur goudbruin.