Gesmoord rundvlees met rode wijnsaus

(Hoofdgerecht voor 2 personen)

Een kostelijk gerecht uit het Duitse Zwarte Woud. De bereidingswijze en
de
ingrediënten zijn aangepast aan de eisen die we vandaag aan een
recept voor een doordeweeks gerecht mogen stellen.

2 runderlapjes, elk ± 150 gr
zout, zwarte peper uit de molen
40 gr boter
1 grofgesnipperde grote ui
1 ragfijn gehakt teentje knoflook
1 laurierblad
2 kruidnagels
21/2 dl rode wijn, zoals Côtes du Rhone, Rioja of Navarra
11/2 dl vleesfond uit een potje
11/2 theelepel allesbinder
2 theelepels fijngehakte (blad)peterselie

Maak het vlees met keukenpapier droog en wrijf het in met wat zout en
peper.
Verhit een bakpan en laat de boter smelten.
Wacht tot het schuim grotendeels is weggetrokken.
Schroei het vlees in 2-3 minuten aan weerszijden dicht.
Neem de lappen daarna even uit de pan en houd ze warm.
Fruit de ui, onder voortdurend omscheppen, 3 minuten in de resterende
bakboter.
Schep er daarna de knoflook, het laurierblad en de kruidnagels door en
schenk de wijn erbij.
Wacht tot de wijn aan de kook is gekomen.
Leg de lappen terug in de pan, temper het vuur, leg het deksel op de pan
en laat de runderlappen in 21/2-3 uur zachtjes gaar smoren.
Keer de lappen na 1 uur om.
Neem de gaar gesmoorde lappen uit de pan en houd ze warm.
Voeg het vleesfond aan de inhoud van de pan toe, strooi de allesbinder
erover en roer alles krachtig door.
Schenk de saus door een zeefje in een ander pannetje en breng alles
opnieuw aan de kook.

Presentatie:
Leg de runderlappen op voorverwarmde borden.
Schep er enkele eetlepels saus over en bestrooi het vlees daarna met
peterselie.
Dien de rest van de saus in een sauskom op.
Geef er gebakken spruitjes en gekookte aardappelen bij.