Indiase vissoep
Een Indiase vissoep met kerrieblaadjes. In India en Sri Lanka worden deze
blaadjes in veel currygerechten gebruikt. Ze zijn hier bij de toko
gedroogd verkrijgbaar, maar soms ook vers of uit de diepvries. En die
laatste twee verdienen de voorkeur. Gebruik alleen de blaadjes, verwijder
het harde steeltje.
400 gr visfilet
8 grote garnalen
100 gr rijst
2 uien
4 teentjes knoflook
stuk gemberwortel (8 cm)
2 rode pepers
2 eetlepels mosterdzaad
1 eetlepel kerrieblaadjes
2 theelepels kurkuma (koenjit)
1 theelepel gemalen komijn (djinten)
1 theelepel garam masala
1 theelepel cayennepeper
150 gr santen
2 theelepels zout
4 eetlepels limoensap
4 eetlepels verse korianderblaadjes
4 eetlepels olie
Snijd de visfilet in stukjes.
Pel de garnalen, snijd de rugzijde in en verwijder de zwarte draad.
Was de garnalen en laat ze uitlekken.
Snijd de uien klein en hak de knoflookteentjes zo fijn mogelijk.
Schil de gemberwortel en rasp hem fijn.
Snijd de rode pepers in de lengte in dunne reepjes.
Verhit de olie in een flinke pan en voeg het mosterdzaad, de
kerrieblaadjes, de kurkuma, de komijn, de garam masala en de cayennepeper
toe.
Roerbak ± 2 minuten, voeg dan de ui, de knoflook, de gemberwortel
en de rode peper toe en laat de ui en de knoflook lichtbruin worden.
Voeg nu de rijst en 11/2 liter water toe en breng dit aan de kook.
Verdeel het blok santen in stukjes, doe die samen met het zout bij de soep
en roer tot de santen is opgelost.
Zet het vuur laag en laat de rijst in een kwartiertje gaar worden.
Voeg de visfilet toe en laat die in 6-7 minuten gaar worden. De vis mag
bij het roeren uit elkaar vallen.
Doe er nu de garnalen bij en doe er, als ze roze zijn gekleurd, het
limoensap en de korianderblaadjes bij.
Breng de soep op smaak met zout en serveer de soep direct in flinke
kommen.