Japanse kipsaté

Yakitori, geroosterde kipsaté, is een Japans hapje voor bij de
borrel. De yakitorisaus waarmee de saté tijdens het grillen wordt
bestreken, wordt gemaakt met onder andere saké en mirin.
Saké is een rijstwijn om te drinken én om in gerechten te
verwerken, in tegenstelling tot de zoete rijstwijn mirin die alleen in de
keuken wordt gebruikt.
Deze kipsaté worden voor het serveren bestrooid met een beetje
zevenkruidenpoeder. Dat is een mengsel van chili, sesam, maanzaad, hennep,
shiso, sansho en nori. Dit poeder is te koop in blikjes. U heeft maar een
klein beetje nodig. Desnoods kunt u het vervangen door een klein beetje
versgemalen witte peper.
Ingelegde gember is te koop in potjes en bakjes. De kleur van de gember is
lichtroze en de plakjes zijn flinterdun.

400 gr kipfilet
8 voorjaarsuitjes
5 eetlepels saké
5 eetlepels sojasaus
1 eetlepel mirin
1 eetlepel bruine suiker
8 satéprikkers
zevenkruidenpoeder (of versgemalen witte peper)
1 citroen
ingelegde gember

Snijd de kipfilet en de voorjaarsuitjes in stukjes van 21/2 cm.
Breng in een pan de saké, de sojasaus, de mirin en de bruine suiker
aan de kook en laat de saus op een niet te hoog vuur in ± 5 minuten
indikken.
Rijg de satéprikkers om en om met een stukje kippenfilet en een
stukje voorjaarui.
Verhit de grill en rooster de saté tot deze van kleur is veranderd,
maar nog niet bruin is.
Haal de stokjes onder de grill vandaan, bestrijk ze met de saus en zet ze
weer onder de grill.
Keer ze regelmatig en bestrijk ze steeds opnieuw met het sausje.
Doe de saté, als deze gaar is, over op een serveerschaal.
Strooi er een klein beetje zevenkruidenpoeder over (of wat versgemalen
peper) en garneer de schaal met een in partjes gesneden citroen.
Zet ook een schaaltje ingelegde gember op tafel.