Kedgeree

(2 personen)

,,Bij de gedachte aan kedgeree, gemaakt met gerookte schelvis en flink wat
hardgekookte eieren, worden Engelse ogen dromerig en de geur van de
eetkamer in een Engels landhuis bij het ontbijt... komt verlokkend
terug.'' Dat schrijft Elisabeth David zaliger over de Engelsman ver van
huis in haar boek 'Spices, Salts and Aromatics in the English Kitchen'
(1970).
Kedgeree, oorspronkelijk Khichri, rijst met linzen en specerijen, leerden
de Engelsen kennen in India ten tijde van de East India Company (18de
eeuw). Het werd een aanvulling op de ontbijttafels van landhuisbewoners,
naast gegrilde nieren, spek, eieren en koude ham. Tegenwoordig is het geen
speciaal onbijt meer, maar wordt het wel warm aanbevolen na een heftig
feestje.
Over het juiste recept lopen de meningen uiteen. Met of zonder kerrie? Dat
poeder is namelijk een typisch Londens specerijenmengsel geworden. Iets
heel anders dan de garam massala in India. Waar de Engelsen beslist veel
weet van hebben gezien de 8000 curryrestaurants in hun land. Toch maken
veel mensen hun kedgeree enkel 'creamy'. Zij volstaan met een stukje
foelie, peper en zout en een sprietje peterselie om de rijst te
kruiden.
Er zijn ook versies met zalm of kabeljauw.

2 gerookte schelvisfilets (of 2 kippers)
2 eetlepels boter
1 ui
3 theelepels 'hot curry'
125 gr basmatirijst
zout
3 dl water
1 dl slagroom
2 hardgekookte eieren
2 eetlepels gehakte peterselie
1 eetlepel gehakt selderijblad
1/2 citroen
1 mango

Overgiet de vis met kokend water en laat 5 minuten staan.
Trek de huid eraf, schraap het donkere vlees weg en snijd de vis in
stukjes.
Smelt de boter in een wijde pan en fruit de gesnipperde ui.
Strooi de kerrie en de rijst erbij en fruit even door.
Doe er zout en het water bij en laat onder deksel 10 minuten koken.
Voeg de vis en de room toe en houd het geheel 15 minuten warm, of tot alle
vocht is opgenomen.
Garneer met plakjes ei en het groen.
Leg er partjes citroen naast en partjes mango eromheen.

En geef er, als het geen ontbijt wordt, een glas witte Rioja bij.

Janny de Moor