Kikkererwtensoep

(4-6 personen)

Umbrië heeft altijd in de schaduw van zusterprovincie Toscane
gestaan, nogal onverdiend zoals we zoetjesaan ontdekken. Ook qua keuken
doet de Umbrische zeker niet voor de Toscaanse onder. Zwarte truffels en
paddestoelen, zeer mooi varkensvlees en 's lands beste linzen zijn enkele
van de heerlijkheden die de streek voortbrengt.
Deze wintersoep verenigt puur Italiaanse smaken in zich: prosciutto,
knoflook, olijfolie en rozemarijn. Hele tarwe (te koop bij
natuurvoedingswinkels) verleent een nootachtige smaak.

150 gr hele tarwekorrels
300 gr kikkererwten
extra vierge olijfolie
3 fijngehakte tenen knoflook
125 gr prosciutto of parmaham in reepjes
4 takjes rozemarijn
1 eetlepel fijngehakte majoraan
zout, peper

Week de tarwe en de kikkererwten (apart) minstens 12 uur in ruim
water.
Kook de kikkererwten met vers water in ± 1 uur gaar.
Kook de tarwekorrels 30 minuten in niet te veel water.
Verhit 3 eetlepels olie en bak de knoflook, de prosciutto, de rozemarijn
en de majoraan op laag vuur 6-7 minuten.
Verwijder de rozemarijn en pureer de kikkererwten met het knoflookmengsel
glad.
Verdun de puree met het kookvocht tot soepdikte, breng aan de kook en kook
de tarwe verder gaar in de soep.
Voeg zo nodig tussentijds meer kookvocht toe.
Breng op smaak met zout en peper.
Eet de soep heet en giet in elk bord een scheutje olie.