Kip met Thaise basilicum
Deze pittige en krokante kippenbouten worden eerst gekookt, daarna
gemarineerd en dan gebakken. De pittige smaak komt van het kruidenmengsel,
waarin onder meer Thaise basilicum zit, één van die
typerende smaakmakers uit de Thaise keuken.
In Thailand worden ze op z'n Engels sweet basil of sacred basil genoemd.
Vers is deze basilicum hier jammer genoeg niet overal te koop. De toko
heeft potjes met Thaise basilicum in water. Die aparte smaak, een beetje
anijsachtig, proef je nog goed in de ingemaakte Thaise basilicum.
4 flinke kippenbouten
6 teentjes knoflook
1/2 eetlepel zwarte peperkorrels
1 theelepel zout
2 theelepels gemalen kurkuma (koenjit)
1 theelepel suiker
1 eetlepel sambal trasi
1 eetlepel Thaise basilicumblaadjes (potje)
4 eetlepels olie
Leg de kippenbouten in een pan en voeg zoveel koud water toe tot de bouten
net onder staan.
Breng aan de kook en laat de kippenbouten met een deksel op de pan op een
niet te hoog vuur in 15 minuten gaar worden.
Schep ze met een schuimspaan uit de pan en laat de bouten in een vergiet
uitlekken en afkoelen.
Hak de teentjes knoflook fijn en stamp de peperkorrels in een vijzel
fijn.
Maak een kruidenmengsel van de knoflook, de peper, het zout, de gemalen
kurkuma, de suiker, de sambal trasi, de Thaise basilicumblaadjes en 1
eetlepel olie.
Als de kip helemaal afgekoeld is, kun je het vel met de vinger een beetje
los maken, zodat een opening ontstaat.
Schep in iedere opening (tussen vel en kippenvlees) 1/2 eetlepel van het
kruidenmengsel en strijk de rest van het kruinmengsel over de
kippenbouten.
Leg ze in een schaal en zet deze 1 uur in de koelkast weg. De smaakjes
kunnen dan goed in het vlees trekken.
Verhit 3 eetlepels olie in een braadpan en bak de bouten, onder regelmatig
keren, op hoog vuur aan alle kanten goed bruin en knapperig.
Leg de kippenbouten op een serveerschaal en daar mag voor de liefhebber
best nog een schaaltje sambal trasi bij.
Lekker met gekookte rijst en roergebakken spinazie met veel knoflook.