Kirzestreuf
Het dorp Mierlo in Oost-Brabant was ooit een uitgestrekt kersenland met
een eigen Mierlose Zwarte Kers. Zoals op veel plaatsen in Nederland, is de
teelt helaas verdwenen, maar het heimwee naar de boomgaarden compleet met
spreeuwen en kersenkanon niet.
Dat is te zien aan het logo van het dorp: een spreeuw met twee kersen in
zijn snavel, maar ook aan het feit dat de carnavalsvereniging 'De
Kersepitten' (opgericht na de teloorgang van de kersenteelt) in juli 2004
ter ere van hun 44-jarig jubileum een kersenpannenkoek van 6 meter
doorsnee lieten bakken, bestaande uit 200 liter beslag en 80 kg kersen uit
de Betuwe. Hij moest met een hijskraan worden gekeerd.
De kirzestreuf hoort zo bij Mierlo dat vorig jaar een werkgroep een
lei-kers heeft geïntroduceerd en dat dit jaar de Kersepitten begin
juli kersenboompjes gaan verkopen. Argument: 'zo houden we onze
hartvormige zoete kers erin en liefhebbers kunnen zo elk jaar een lekkere
streuf bakken'.
Pannenkoek, zowel hartig als zoet, was dagelijkse kost in het hele Oosten
en Zuiden van ons land tot halverwege de vorige eeuw, vandaar de staande
uitdrukking de pannekoek schuift voor: 'de zaak loopt als een trein'.
Voor ± 6 pannenkoeken:
250 gr bloem
pakje gedroogde gist (7 gr)
1 ei
± 1/2 liter lauwe melk
2 theelepels suiker
2 theelepels zout
500 gr kersen
boter
(poeder)suiker
Stort de bloem in een kom en roer de gist erdoor.
Maak er een kuiltje in en breek het ei daarin.
Voeg dan, vanuit het midden roerend met een garde, bij beetjes de melk
erbij en roer er tenslotte de suiker en het zout door.
Laat dit beslag toegedekt tot tweemaal de omvang rijzen.
Pit intussen de kersen met een speciaal pittertje en halveer ze.
Verhit een klontje boter in de koekenpan.
Schenk er telkens 2 dl beslag in, strooi er een handvol kersen over en bak
tot de bovenkant droog is.
Keer de pannenkoek dan voorzichtig en bak nog even door.
Ga zo door tot alle beslag is verwerkt.
Eet de pannenkoeken met suiker.
Janny de Moor