Konijn met kappers

(2 personen)

Coniglio al guazzetto, een gerecht uit Sardinië, het eiland waar
de
oorspronkelijke bevolking een hekel heeft aan de zee. Ze hebben zich
teruggetrokken in het droge winderige binnenland. Ze leven daar
geïsoleerd en hebben zo de meest authentieke keuken van heel
Italië bewaard. Het gekke is dat ze waarschijnlijk zelf als
'Sjerdanu', één van de woeste Zeevolken, het eiland rond
1200 v.Ch. hebben gekoloniseerd, zoals hun kornuiten, de Sjikiluë,
Sicilië innamen. Honkvast geworden zeerovers.

3 eetlepels olijfolie
2 konijnenbouten
peper, zout
1 bos (platte) peterselie
4 eetlepels kappers, uitgelekt
1/2 teentje knoflook
1 rode ui
2 eetlepels rode wijnazijn
2 dl water
mespuntje fijngewreven saffraan
ciabatta
olijfolie
knoflook

Bruin de bouten rondom in de olijfolie en bestrooi ze met peper en
zout.
Snijd de peterselie klein en strooi de helft ervan met 3 eetlepels kappers
en de gesnipperde ui bij het konijn.
Laat even doorbakken en overgiet de bouten dan met de azijn en het water
met de saffraan.
Laat onder het deksel een halfuur zachtjes stoven en laat de saus voor het
serveren zo nodig wat inkoken.
Garneer met de rest van de peterselie en de kappers.
Geef er in olijfolie met wat knoflook knapperig gebakken sneetjes ciabatta
bij.

Vooraf: Met gesnipperde rode ui en zwarte olijven kortgekookte
broccoliroosjes, gebakken in wat olijfolie, bedruppeld met azijn.
Bestrooi met stukjes geweekte ansjovis en geraspte Parmezaanse kaas
(Siciliaans).
Op rode sla.
Wijn: rode bergerac. Past heel goed bij de peterseliesmaak.