Kropsla met bleekselderij, maïs en appel
(Voorgerecht, 4 personen0
1 grote, stevige, gesloten kropsla
± 50 gr veldsla, waterkers of jonge spinazie
± 180 gr gekookte maïs (naturel) uit een potje, blikje of
pakje
4 bleekselderijstengels
2 friszure appels
2 bosuitjes met veel fris groen
Voor de dressing:
50 gr roquefort of andere blauw geaderde kaas, zoals Danablu
4 eetlepels crème fraîche
2 eetlepels extra vergine olijfolie
zout, witte peper
eventueel enkele druppels limoen- of citroensap
Neem de buitenste bladeren van de slakrop af.
Gebruik uitsluitend de gave bladeren.
Spoel ze in ruim koud water, verwijder de dikke nerven, scheur de bladeren
in kleine stukjes en maak ze zo droog mogelijk.
Neem van de nu resterende gesloten krop de stronk weg en snijd de krop
daarna in vier (of meer) parten.
Dompel de slaparten in ruim koud water en schud ze daarna droog.
Spoel de veldsla, waterkers of spinazie enkele malen in ruim koud water,
neem de dikste nerven, steeltjes en worteltjes weg en maak de groene sla
daarna zo droog mogelijk.
Laat de maïs in een bolzeef uitlekken.
Spoel er royaal koud water over en laat de maïs opnieuw uitlekken en
ook zoveel mogelijk opdrogen.
Maak de bleekselderijstengels schoon, trek er, zo nodig, de draden af en
snijd de stengels in smalle boogjes.
Schil de appels en snijd ze in minuscule blokjes.
Snipper de bosuitjes.
Schep de slastukjes en de veldsla, waterkers of spinazie in een kom
luchtig door elkaar en verdeel de sla over de borden.
Schep in een andere kom de maïs, de bleekselderij, de appel en de
bosui door elkaar en verdeel dit over de sla.
Schik de slaparten erbij.
Maak de dressing door eerst de roquefort door een fijne zeef te
wrijven.
Roer de crème fraîche door de puree van roquefort en klop er
daarna de olie door.
Voeg naar smaak zout en/of peper toe en roer er eventueel enkele druppels
limoen- of citroensap door.
Presentatie:
Verdeel de saus over 4 eenpersoons(saus)kommetjes en zet die naast de
borden met de salade.
Geef er sneetjes licht geroosterd meergranenbrood bij.