Labskaus

(2 personen)

Wij schrijven het met 'ou' en ons etymologisch woordenboek ziet er een
scheepsstamppot in. Voor één keer heel goed! De meest
waarschijnlijke uitleg: 'Labbe's course', de schotel van kok Labbe,
gemaakt met wat er voorhanden was in de kombuis. Niks voor landrotten,
vond ik altijd. Tot ik op deze Mecklenburgse variant stuitte: een versie
die zeer geliefd is op de witte motorjachten in de haven van Rostock! Zo
zijn recepten altijd al de wereld overgegaan.

300 gr geschilde, vastkokende aardappelen
1 laurierblad
1 bokking of gestoomde makreel
50 gr rookspek
1 ui
bieslook, peterselie
1 potje gemarineerde rode biet
1 zure bom
olie, boter
2 eieren
peper, zout

Kook de in blokjes gesneden aardappelen met het laurierblad in veel water
net gaar en giet ze af.
Ontvel en ontgraat de vis en trek hem in stukjes.
Verhit olie in een koekenpan, bak het in blokjes gesneden spek op matig
vuur knapperig en neem ze uit de pan.
Smelt boter en bak de in ringen gesneden ui glazig.
Bak de blokjes aardappel mee, voeg de vis toe en warm alles door.
Bestrooi het gerecht met het meeste groen en de blokjes spek en omring het
op een schotel met om en om uitgelekte plakjes biet en augurk.
Bak in de leeggekomen koekenpan in wat boter snel 2 spiegeleieren, leg die
bovenop de Labskaus en strooi er weer wat groen over.
Geef er een glas moezelwijn bij.

Nagerecht: Appelmoes met een laagje in boter gebakken beschuitkruim met
suiker en kaneel.
Doe er geklopte slagroom bovenop.