Lamscurry
Dit heerlijke lamsvleesgerecht uit de Maleisische keuken wordt door de
urenlange bereiding in de oven zo mals dat het vlees zo van het bot valt.
De lamsschouder mag best vier uur in de oven staan.
1 kg lamsschouder
10 sjalotjes
4 teentjes knoflook
stukje gemberwortel (3 cm)
8 gedroogde rode pepertjes
zout, peper
1/2 eetlepel gemalen koriander (ketoembar)
1 theelepel gemalen komijn (djinten)
1/2 versgemalen nootmuskaat
1 theelepel gemalen kurkuma (koenjit)
1 kaneelstokje
4 kruidnagels
1/2 eetlepel tamarindepasta
100 gr santen
2 theelepels zout
1 theelepel versgemalen zwarte peper
3 eetlepels olie
Verwarm de oven voor op 200°C.
Pel de sjalotjes en snijd ze in de lengte in vieren.
Hak de teentjes knoflook fijn.
Schil het stukje gemberwortel, snijd het in dunne plakjes en snjd die in
dunne reepjes.
Wrijf de rode pepertjes fijn.
Meng de olie, zout, zwarte peper, de gemalen koriander, de gemalen komijn,
de versgemalen nootmuskaat en de gemalen kurkuma in een kommetje en wrijf
de lamsschouder met dit mengsel in.
Leg de lamschouder in de braadslee.
Strooi de sjalotjes, de knoflook, de gember en de rode pepers over het
vlees en leg het kaneelstokje en de kruidnagels in de braadslee.
Giet 6 dl water in de braadslede en roer er de tamarindepasta door.
Dek de braadslee af met een deksel of met een driedubbele laag
aluminiumfolie en zet de pan in de oven.
Breng de temperatuur nu terug naar 170°C en laat het vlees in ±
31/2 uur gaar en boterzacht worden.
Los in een pannetje de santen op in 1/4 liter kokend water.
Haal de deksel van de braadslede en voeg de kokosmelk toe.
Roer even door en laat het gerecht (zonder deksel) nog een kwartiertje in
de oven staan.
Haal de braadslee uit de oven.
Trek het lamsvlees met twee vorken in stukken en verwijder het bot
eruit.
Verwijder het kaneelstokje.
Doe het gerecht tot slot over op een serveerschaal en serveer het met
gekookte rijst.