Meiknolletjessoep

(4 personen)

Bij een boekenstal op een Franse markt lag een vijfentwintig jaar geleden
uit het Engels in het Nederlands vertaald boek: Overheerlijke Soepen
en
Voorgerechten. Mijn oog viel eerst op het recept voor Meiknolletjessoep en
even later op een bak van die knolletjes die hartje winter in een kraam
met Noord-Afrikaanse kook- en eetwaren prachtig wit en paars lagen te
zijn. Rita Greer (de schrijfster) had blijkbaar iets met sojasaus, want in
praktisch elk recept komt ketjap voor. Ik liet de ketjap weg, omdat de
smaak me te overheersend leek en ik de roomblanke kleur van de soep niet
wilde verduisteren, maar raspte wel wat nootmuskaat over deze ouderwets
lekkere pureesoep.

1 grote ui in dunne ringen
1 eetlepel zonnebloemolie
600 gr geschilde meiknolletjes in dunne plakjes
1 liter melk
eventueel een scheutje ketjap
zeezout, versgemalen zwarte peper, nootmuskaat

Verhit de olie en bak de uiringen op laag vuur ± 10 minuten, tot ze
glazig zijn.
Doe de plakjes meiknol erbij en roerbak ze een paar minuten mee.
Giet de melk erbij, zet het vuur hoog en laat de soep aan de kook
komen.
Houd hem een kwartiertje tegen de kook aan, tot de meiknolletjes gaar
zijn.
Pureer de soep en breng hem op smaak met zout, peper en, desgewenst,
ketjap, of nootmuskaat (gebruik een noot en een raspje, dan proef je pas
echt nootmuskaat).
Geef er geroosterd zuurdesem- of volkorenbrood bij.