Mont Blanc met roomijs en kastanjepuree
(Nagerecht voor 4 personen)
De grote 'voorganger' van alle koks die de Franse keuken aanhangen,
Auguste Escoffier (1846-1935), gaf nu bijna honderd jaar geleden in zijn
Guide Culinaire aan hoe zijn Mont Blanc moest worden samengesteld en
hoe
gepresenteerd. Vandaag doen we het anders maar wijken niet af van de weg
die hij destijds aangaf: 'Het moet smaken naar wat het is'.
250-300 gr zoete kastanjepuree uit pot of blik
3 dl slagroom
2 theelepels suiker
2 theelepels Grand Marnier
1 eetlepel ragfijn gehakte of gemalen (foodprocessor) gekonfijte
sinaasappelschillen (oranjesnippers)
50 gr grofgeraspte bittere chocolade (repen - puur)
4 bollen kant-en-klaar vanilleroomijs
8 citroenmelisse-blaadjes in uiterst smalle reepjes (draadjes)
poedersuiker
gesuikerde waaierwafels
Zet de bordjes voor de nagerechten tenminste 1 uur tevoren in de
diepvriezer.
Roer de kastanjepuree tot een smeuïge massa.
Klop de helft van de slagroom en 1 theelepel suiker in een tweede kom net
niet helemaal stijf. De room moet dik maar toch nog net vloeibaar
zijn.
Roer de likeur erdoor.
Spatel de room met de oranjesnippers luchtig door de kastanjepuree.
Zet de kom met de kastanjepuree (afgedekt met plasticfolie) tot verder
gebruik in de koelkast.
Klop de rest van de slagroom en 1 theelepel suiker stijf en doe de room
daarna over in een grote spuitzak met een grove gekartelde spuitmond.
Leg de gevulde spuitzak tot verder gebruik in de koelkast.
Presentatie:
Leg de ijsbollen op de ijskoude borden en bestrooi de bollen met de
geraspte chocolade.
Schep daarna de kastanjepuree met een eetlepel op en naast de bollen,
zodat er als het ware bergjes ontstaan.
Van het ijs mag niets meer zichtbaar zijn.
Bestuif de bergjes met poedersuiker.
Trek met de tanden van een vork naar boven toelopende richels op de
bergjes en stuif er nogmaals poedersuiker over.
Spuit enkele rozetten slagroom rond de bergjes en bestrooi deze met de
citroenmelisse.