Nasi goreng met garnalen
De meeste Indonesiërs sprokkelen in de loop van de dag hun eten bij
waroengs en stalletjes bij elkaar. Als ze thuis eten, staat er dagelijks
een schaal gekookte rijst op tafel: nasi puti.
De nasi goreng, bij ons een complete avondmaaltijd, is in Indonesië
bedoeld om de restjes van de vorige dag weg te werken. Wat er aan vlees of
vis en rijst over is, wordt de volgende ochtend met wat ui, knoflook en
kruiden voor het ontbijt gebakken als nasi goreng.
600 gr rijst
zout
250 gr Noorse garnalen
150 gr vetspek
3 sjalotjes
2 teentjes knoflook
1/2 theelepel trasi
1 dessertlepel sambal oelek
1 dunne prei
1 eetlepel ketjap manis (zoet)
2 eieren
boter
eventueel nog wat restjes kleingesneden vleeswaar, zoals ham, fricandeau
of rollade
Kook de rijst met wat zout volgens de bereidingswijze op de
verpakking.
Laat de rijst afkoelen.
Snijd het vetspek in dobbelsteentjes.
Hak de sjalotjes en de teentjes knoflook fijn.
Maak de prei schoon en snijd hem in heel dunne ringen.
Verhit een grote braadpan en bak de dobbelsteentjes vetspek hierin tot
kaantjes.
Schep ze met een schuimspaan uit de pan en laat ze op wat keukenpapier
afkoelen. Ze worden in dit recept niet meer gebruikt.
Fruit de sjalotjes en de knoflook in de achtergebleven reuzel.
Voeg de trasi toe en fruit die even mee.
Doe er nu sambal oelek en prei bij.
Schep alles goed om en voeg de Noorse garnalen en eventueel de restjes
vleeswaar toe.
Zet het vuur nu laag, om aanbranden te voorkomen.
Roer de rijst en 1 eetlepel ketjap manis erdoor en blijf omscheppen tot
alles goed is vermengd.
Klop dan de 2 eieren los met 1 eetlepel water.
Smelt in een grote koekenpan een klontje boter en bak van de eieren een
dunne omelet.
Rol de omelet op en snijd hem in dunne reepjes.
Doe de nasi goreng over op een voorverwarmde schaal en garneer met de
omeletreepjes.
Geef hierbij wat schaaltjes met sambal in diverse smaken, fruitjes
(gebakken uitjes) en een komkommersalade.