Noedels met paksoi
Kies voor dit gerecht eens voor de gezonde, vezelrijke, Japanse
boekweitnoedels, soba. Maar ook de 'gewone' eiermie of andere noedels
passen goed bij deze Oosterse smaken.
Paksoi is net als Chinese kool een bladgroente met lichtgroen tot
donkergroen blad. De hele struik is te gebruiken.
Eet niet meer dan tweemaal per week een nitraatrijke groente als paksoi,
spinazie, raapstelen en bleekselderij. Warm deze bladgroenten ook niet nog
een keer op. Door het opnieuw verwarmen, kan het nitraat worden omgezet in
het schadelijke nitriet.
250 gr soba of andere noedels
250 gr gemengde paddestoelen
1 struik paksoi
1 kleine winterwortel of 1 gele paprika
4 lente-uitjes
2 eetlepels zonnebloemolie
3 eetlepels Japanse sojasaus
(2 eetlepels droge sherry)
4 eetlepels groentebouillon
zout, peper
Bereid de noedels volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking.
Borstel de paddestoelen (kastanjechampignons, shii-take, oesterzwammen,
cantharellen) schoon en snijd ze in stukjes.
Was en droog de paksoi en snijd de struik in repen (naar de krop toe).
Maak de winterwortel schoon en schaaf deze in plakjes.
Of snijd de paprika in reepjes.
Snijd de lente-uitjes in ringen.
Verhit een wok of wijde braadpan.
Voeg de olie toe en roerbak de paddestoelen op hoog vuur 2-3 minuten.
Voeg de paksoi, de wortel en de lente-uitjes toe en bak deze 2-3 minuten
mee.
Schenk de sojasaus, eventueel de sherry en de groentebouillon erbij, breng
aan de kook en laat ± 3 minuten zachtjes koken tot de groenten
beetgaar zijn.
Breng vervolgens op smaak met zout en peper.