Piccalilly I

Wie zelf voor het eerst piccalilly gaat maken, kan het beste met een
kleine hoeveelheid beginnen, want een streng recept voor dit van oorsprong
Indiase tafelzuur is er niet. Al naar gelang je smaak kun je iets helemaal
weglaten of juist iets nieuws erbij doen. Zo geeft Oded Schwartz, die een
mooi boek schreef dat als 'In Pot en Fles' is vertaald, een recept voor
piccalilly met een paar ingrediënten die in de doorsnee kant-en-klaar
gekochte pot piccalilly niet voorkomen.

250 gr pronkbonen in stukjes
250 gr bloemkool in roosjes
300 gr worteltjes in dikke plakjes
250 gr kruisbessen, van kroontjes en steeltjes ontdaan
250 gr honingmeloen in blokjes
200 gr pitloze druiven
125 gr zout
400 gr geel mosterdzaad
1 liter kruidenazijn
1 eetlepel kurkuma

Doe alle vruchten en groenten in een kom met zoveel water dat ze onder
staan.
Los 100 gr zout in het water op, laat het mengsel 24 uur staan, giet het
af, spoel het en laat het uitlekken.
Maal het mosterdzaad (in porties) grof in een specerijen- of koffiemolen
en meng het door de groenten en vruchten.
Breng de azijn, 25 gr zout en de kurkuma aan de kook en laat het mengsel
10 minuten borrelend koken.
Schuim het af en giet de kokende azijn op de groenten en vruchten.
Schep het tafelzuur in brandschone potten en sluit ze hermetisch af.

Deze piccalilly kan direct worden gegeten, maar wordt bij het bewaren
steeds lekkerder.